Leestijd 4 - 5 min
Samen werken aan inclusie
Midden- en Zuid-Kennemerland voorloper aanpak om- en afbouw gesloten jeugdzorg
Kim en Dóra verbinden jongeren én professionals voor een passend perspectief in onderwijs, werk of dagbesteding
Hoe zorg je ervoor dat jongeren in kleinschalige woonvoorzieningen een passend perspectief krijgen in onderwijs, werk of dagbesteding? Maak kennis met de Verbinders Kim en Dóra. Zij zijn sinds 2024 doordacht aan het pionieren, samen met projectleider Jorien van het samenwerkingsverband.

Als zorgcoördinator van Het Molenduin in Schagen, had Kim veel ervaring met de Op Maat-klassen van de school. Jongeren die thuiszitten of die het moeilijk hebben op hun school, krijgen in die klassen zowel onderwijs als jeugdhulp. “De kennis en ervaring die we met deze onderwijszorgarrangementen hebben opgedaan, zetten we nu ook regionaal in”, vertelt Kim.

Met collega Dóra van Parlan is Kim ‘Verbinder’ in de regio, om de af- en ombouw van gesloten jeugdzorg te ondersteunen (zie infokader, red.). Ze werken intensief samen met Jorien van het samenwerkingsverband, dat een subsidie kreeg voor de aanpak. Een nieuwe aanvraag voor een vervolg is net de deur uit.

Aanpak: vooral dóen

“We hebben eerdere verhalen van jongeren die na gesloten jeugdzorg een nieuwe start maakten samen uitgediept”, vertelt Jorien. “Wat had anders of beter gekund?”

Al snel bleek dat de onderlinge communicatie tussen betrokken organisaties zoals school, jeugdhulp en gemeente beter kon en dat er te weinig tijd was om écht te investeren in de relatie met elkaar. Zo ontstond het idee dat er iemand moet zijn met tijd en kennis van zowel onderwijs en jeugdhulp, die doet wat nodig is voor een jongere.

Dat werden de Verbinders. Kim en Dóra maken verbinding met jongeren, de medewerkers van kleinschalige woonvoorzieningen en andere professionals in onderwijs, arbeid en dagbesteding. Jorien: “Met als uitgangspunt dat we vooral het ‘systeem’ rond een jongere willen versterken en dus vooral veel verbindingen leggen tussen de mensen die rond – of liefst naast - een jongere staan.”

Mooie resultaten woongroepen

Kim en Dóra begonnen in drie woongroepen. “Doordat we regelmatig over de vloer kwamen en bijvoorbeeld gingen lunchen met de jongeren, werden we een bekend gezicht”, vertelt Dóra, “ook voor de medewerkers.”

Stap voor stap ontstond ruimte voor het gesprek over toekomstperspectief: wie ben je, wat wil je, wat kun je? En welke stappen passen daarbij? Dóra: “We ondersteunen. Of het nu richting onderwijs, werk of dagbesteding is.”

“Niet iedereen is geschikt voor de schoolbanken”, vult Jorien aan. “Het gaat om de ontwikkeling van jongeren, dat kan ook naar werk zijn. Het gaat om die duurzame plek in de maatschappij.” Kim: “Wij verbinden die vooral en nemen niets van professionals over. We ondersteunen en ontzorgen, geven advies over mogelijke trajecten en zetten die samen met dat netwerk in actie.”

Binnen de eerste woongroepen is dat ‘toekomstperspectief’ in onderwijs of werk nu vast onderdeel in het behandelplan. Ook is er meer uitwisseling gekomen tussen onderwijs en jeugdhulp. Om de zoveel tijd gaat een jongere nu bijvoorbeeld in gesprek met diens behandelaar en de mentor.

Sterker netwerk

Investeren in relaties in de regio leverde al veel op. “Scholen, jeugdhulp, leerplicht, doorstroompunt, justitiële jeugdinrichtingen, arbeidsmarktpartners: we kennen elkaar veel beter”, merkt Kim. “Als Verbinders worden wij steeds beter en sneller gevonden. Zo kunnen we meedenken, ondersteunen en soms ook kritische vragen stellen. Ook zijn we bij veel méér jongeren betrokken, ook buiten de kleinschalige woonvormen.”

Ging het vroeger eerder over vragen als ‘wie is hier verantwoordelijk voor?’, of ‘is zorg voorliggend op onderwijs?’, nu draait het meer om wie iets dóet. Ook mooi: de afstand tussen onderwijs en jeugdhulp is verkleind. “We staan meer naast elkaar”, merkt Dóra. “Klopt. En we zijn samen echt gericht op de doorgaande ontwikkeling van een jongere”, vult Kim aan.

Door met de mooie beweging dus! Daar zijn Jorien, Dóra en Kim het over eens. Er wachten namelijk nog uitdagingen genoeg. Zo zijn er meer jongeren voor wie een ‘overgang’ nog een kwetsbaar moment is en die niet altijd ‘goed aankomen’ op hun vervolgplek. Denk aan jongeren in justitiële jeugdinrichtingen, in het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs.

Gezien de privacywetgeving en al die verschillende volgsystemen van betrokken organisaties is het nog een puzzel om al die jongeren goed in beeld te krijgen en te kunnen volgen. Meer datagericht werken kan ook helpen om op basis van goede analyses en inzichten nieuwe acties te doen. “Welke problemen komen het meest voor, wat mist in ons aanbod?”, illustreert Kim.

Ook willen de Verbinders meer zichtbaar zijn in het regulier onderwijs, want voortijdig schoolverlaten voorkómen is natuurlijk het ultieme doel. En dan is een andere wens nog uitbreiding van de Verbinders-aanpak naar meer regio’s. “Het ‘systeem’ veranderen, daar ben je jaren mee bezig”, besluit Jorien. “Daar moeten we nooit mee stoppen.”

In 2030 moet de gesloten jeugdzorg zijn ‘afgebouwd’. Dit betekent dat jongeren voortaan kunnen rekenen op kleinschalige zorgvormen, of dat zij ambulante hulp krijgen. In Noord-Holland werken samenwerkingsverbanden ook aan die afbouw én aan de inrichting van passend onderwijs bij kleinschalige woonvoorzieningen.

Doelen zijn: versterking van netwerken, ondersteuning van jongeren in complexe situaties en vergroting van expertise in het onderwijs. Samenwerkingsverband Zuid-Kennemerland zet hiervoor verbindingsconsulenten in. Zij zijn de brug tussen jeugd en onderwijs en verbinden ook met andere samenwerkingspartners.

auteur Anne-Marie Veldkamp
fotografie Peter Valckx
eerder verschenen Jaarmagazine 2025-2026